Achterwaarts denken
Bekijk eender welke belangrijke site van het 2003 tijdperk, van Amazon tot Microsoft, van Sony tot ZDNET. Wanneer je de opmaak zou bekijken, met hun ActiveX en JavaScript code, de misbruikte CSS toepassing (àls het al gebruikt wordt) dan begin men zich af te vragen hoe die sites kunnen functioneren in gelijk welke browser.
Deze sites werkten in de mainstream browsers van gisteren, omdat de eerste vier of vijf generaties van browsers niet alleen de niet-standaard opmaak toelieten, maar ze het ook nog eens stimuleerden in de strijd naar marktpositie.
Vele websites die zo tot stand zijn gekomen werken precies in deze oudere browsers omdat ze ontwikkeld zijn via dure ontwikkelapplicaties die de verschillen in browsers hebben getracht te compenseren door het aanmaken van verschillende versies die afgesteld werden op de gebreken van een bepaalde browser of platform.
In het algemeen kan men aannemen dat als een site zijn opmaak hoeveelheid met 35% kan verlagen, dat de kosten aan bandbreedte evenredig dalen. Zo zal een website die jaarlijks 2 500 EUR besteedt aan hostingkosten een besparing hebben van 875 EUR. Een site van 100 000 EUR per jaar 35 000 EUR.
De voorpagina van Yahoo wordt miljoenen keren per dag opgevraagd. Elke byte die wordt verspild aan verouderd HTML design wordt vermenigvuldigd met een astronomisch aantal pagina aanvragen, wat resulteert in gigabytes aan dataverkeer die Yahoo's servers enorm belasten. Als Yahoo al eens alle font-tags in de opmaak zou vervangen met bandbreedte vriendelijke CSS, dan zou de kost per pagina al dalen en de winst van het bedrijf aanzienlijk stijgen.
Achterwaartse compatibiliteit
Wat bedoelen ontwikkelaars nu precies met achterwaartse compatibiliteit? Zij zouden zeggen: het ondersteunen van al hun gebruikers. In de praktijk betekent dit echter het gebruiken van verouderde opmaak en code om ervoor te zorgen dat iedere gebruiker dezelfde ervaring kan genieten, of ze nu IE2 of Netscape 7 gebruiken. Dit klinkt natuurlijk allemaal zeer mooi in theorie, maar de kost ervan zou te hoog oplopen en de uitvoering ervan zou op een leugen gebaseerd zijn.
Er bestaat geen echte achterwaartse compatibiliteit. Er is steeds een punt waar de compatibiliteit ophoudt. Een goed voorbeeld hiervan is het gebrek aan tabelondersteuning in Mosaic (de eerste visuele browsers) en Netscape 1.
De ontwikkelaars die dus voor achterwaartse compatibiliteit streven zullen dus steeds een minimum browser moeten hanteren waarvoor ze ontwikkelen, zoals Netscape 3. Om dit te verwezenlijken zullen ze dus aan iedere pagina de nodige browserafhankelijke scripts moeten koppelen, wat zal bijdrage tot extra last voor de website.
Uitsluiten van gebruikers
Een andere methode voor het drukken van de kosten bij het ontwikkelen van een website is door te beslissen een deel van de markt uit te sluiten door enkel te ontwikkelen voor bijvoorbeeld Internet Explorer en dan meestal ook enkel op het Windows platform. Hierdoor worden 15-25% van de potenti?e gebruikers en klanten uitgesloten.
Het lijkt onwaarschijnlijk dat een bedrijf een kwart van zijn potentiële klanten zou uitsluiten, maar toch is het hedendaagse kost. Wat zou er gebeuren als de markt zou veranderen en Internet Explorer in een malaise zou terecht komen? Het is niet ondenkbaar, want het is reeds gebeurt met Netscape. Die had vroeger een groter marktaandeel dan Internet Explorer vandaag de dag heeft. Toen werd ook gezworen dat Netscape de enige browser was die van belang was. Miljarden dollars later is de markt veranderd en liggen de 'Netscape-only' sites ergens op een vuilnisbelt te wachten op hun vernietiging.
Wat is voorwaartse compatibiliteit?
Hiermee wordt bedoeld dat alle documenten, die op de juiste manier ontworpen en samengesteld zijn, op het web kunnen geraadpleegd worden in verscheidene browsers, internet toestellen en op verschillende platformen. Meer zelfs, ze zullen zelfs blijven werken in de toekomstige generatie browsers en apparaten. Dit kan alleen mogelijk zijn als we open standaarden gebruiken.
Als bijkomend voordeel zal het ontwerpen aan de hand van de standaarden de productie- en onderhoudskosten verlagen, terwijl er sites geproduceerd worden die een breder publiek bereiken, inclusief mensen met speciale behoeften (slechtzienden, blinden, ...).